Vraag: Wat zijn meststoffen eigenlijk?

Verschillende Meststoffen

Alles wat leeft heeft eten en drinken nodig. Voor planten is dit niet anders. Drinken geven is makkelijk, dat is voor planten gewoon water, maar hoe zit het nou met eten? Voor planten ligt het wat anders dan voor mensen en dieren, omdat ze geen mond of maag hebben en hun eten niet kunnen ophalen en verteren. Toch moeten ze voedingsstoffen binnenkrijgen. Dit doen ze door water op te nemen via hun wortels en in mindere mate via de bladeren met daar in bepaalde voedingstoffen.

Een klein beetje scheikunde

Hoewel elke soort planten andere hoeveelheden voedingstoffen nodig heeft, hebben ze in grove lijnen wel dezelfde soort voedingsstoffen nodig. Deze voedingstoffen bevinden zich overal om ons heen. Het zijn namelijk de elementen waar de wereld om ons heen, en wij ook, uit zijn opgebouwd.

We kennen zes zogenaamde hoofdelementen, namelijk:

  • stikstof (N)
  • fosfor (P)
  • kalium (K)
  • calcium (Ca)
  • zwavel (S)
  • magnesium (Mg)

De letters tussen aanhalingstekens in dit lijstje (en in het onderstaande lijstje) zijn de afkortingen van de scheikundige termen. De N achter stikstof staat bijvoorbeeld voor nitrogen. Daarnaast kennen we de zogenaamde spoorelementen. Dit zijn:

  • ijzer (Fe)
  • zink (Zn)
  • koper (Cu)
  • molybdeen (Mo)
  • boor (B)
  • mangaan (Mn)

Spoorelementen zijn voedingstoffen die een plant wel nodig heeft, maar in mindere mate dan de hoofdelementen.
Uiteindelijk bestaat dus alle mest, plantenvoeding en kunstmest uit 1 of meerdere van deze 12 elementen. Dit wordt aangevuld met andere stoffen die wel of geen voordeel bieden voor de plant. Elk element heeft zijn specifieke taak in de plant. Het ene element helpt bij de wortelvorming, het andere bij de vorming van de bladeren en weer een ander bij de bloei en vruchtzetting. Waar elk element voor dient zal ik in losse artikelen verder uitleggen.

Verhoudingen en mengsels

Wanneer men plantenvoeding, organische mest of kunstmest koopt, zoals van Pokon, Fortuin of Peters Professional, koopt men voedingsstoffen in een bepaalde verhouding die geschikt is voor het soort plant waar het voor is samengesteld. Stel: u koopt een halve flesje orchideeënvoeding, dan heeft u dus een flesje water (draagstof) met een bepaalde hoeveelheid voedingsstoffen in een bepaalde verhouding gekocht. De inhoud van de fles kan heel geconcentreerd zijn, maar ook sterk verdund. Vaak staat op de verpakking in hoeverre u het zelf moet verdunnen, opdat de plant geen overschot krijgt – of alsnog ondervoed wordt.

Als u op de verpakking kijkt, ziet u bij de betere merken een soort code staan, vaak bestaande uit drie getallen. Zo ziet u op de onderstaande foto bij Peters Professional bijvoorbeeld 20-20-20+TE staan. Deze code is de NPK-samenstelling. De letters NPK staat daar bij voor Stikstof, Fosfor en Kalium, de drie elementen die een plant het meeste nodig heeft. Sommige codes zijn complexer. Als er dus 6-18-38+4Mg op de verpakking staat weet u dat er stikstof, forsfor, kalium in zit, aangevuld met magnesium (MgO).

Soms staat er simpelweg +Sp of +Te bij op de verpakking. In dat geval geeft de producent aan dat er nog extra spoorelementen, of in het Engels ‘trace elements’ in zitten. De cijfers geven de mengverhouding weer. In Peters 20-20-20+TE zit dus even veel stikstof als fosfor en kalium plus spoor elementen. In 10-52-10 zit evenveel stikstof als kalium, maar bevat een hoger fosforgehalte. Elke fabrikant gebruikt deze nummers in dezelfde volgorde: elke reeks staat dus voor de volgorde stikstof-fosfor-kalium.

meststoffen formules

De Formule van een meststof of plantenvoeding staat bij de betere merken netjes op de verpakking, bij professionele meststoffen is de formule vaak ook de naam van het product.

Zelf vergelijken

Zodra u de NPK verhouding weet kunt u de verschillende plantenvoedingen beter vergelijken. Zo komt het namelijk voor dat een producent soms 2 verschillende verpakkingen heeft met precies dezelfde inhoud in precies dezelfde inhoud. Belangrijkste nog met deze NPK-verhouding kunt bepalen of de meststof in kwestie geschikt is voor een bepaalde plantensoort, maar ook voor een specifieke plant in een specifiek stadium.

Bijvoorbeeld:

  1. Primula’s houden niet van borium. Daarom heeft u voor deze plant een meststof nodig die zonder borium is. Een universele meststof met toegevoegde borium is dus ongeschikt.
  2. Cactusen groeien vaak in zand, zand houd nouwlijks meststoffen vast.  Ze houden dus niet van teveel voeding en  mogen geen meststof met een te hoog stikstof gehalte omdat ze zich anders kapot groeien.
  3. Fosfor helpt bij de ontwikkeling van wortels. Een sterke plant begint bij sterke wortels. Voor jonge plantjes is het dus belangrijk dat ze veel fosfor krijgen. Een product als Peters Professional 10-52-10 is dan ook zeer geschikt voor jonge planten.
  4. Meer over welke meststof voor welke plant en in welk stadium geschikt is vertel ik in een volgend blog.

Ten slotte

Bemestingsleer (waar dit de basis van is) was in mijn opleiding toch echt 1 van de moeilijkste maar ook meest fascinerende vakken.  In dit artikel heb ik puntje van de berg kunnen uitleggen, maar het is wel een stukje basiskennis. We krijgen vaak vragen over dit toch wel erg lastige onderwerp, dus in latere artikelen zal ik hier zeker dieper op ingaan. Heeft u nog meer vragen, laat ze dan gerust achter bij de reacties. De enige domme vraag is immers de vraag die niet gesteld wordt!

Links naar relevante producten

Bronnen:

  • T. de Beijer – “Verkeerd bemesten kan alles verpesten” – artikel uit Vakblad voor de Bloemisterij #44 (jaar van uitgifte:2000)
  • H.W. van Pol – Bemestingsleer in de tuinbouw – 1e druk
  • Etiketten van diverse meststoffen.
  • acc.everris.com – Producent van onder andere Peters Professional en Osmocote professionele meststoffen – (geraadpleegd wo 18-01-2017)
  • pokon.nl/producten – Producent van diverse meststoffen voor particulieren – (geraadpleegd wo 18-01-2017)